Als u bestuurder bent - of wordt - bij een N.V. of B.V., gaan uw gedachten over
het algemeen uit naar hoe u de functie wilt vervullen. U zult niet meteen
stilstaan bij uw persoonlijke aansprakelijkheid. In principe is de vennootschap
aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. Toch kan het gebeuren dat een
bestuurder naast (of in plaats van) de vennootschap aansprakelijk wordt gesteld.
Zo'n persoonlijke aansprakelijkstelling zal te maken hebben met het niet
behoorlijk vervullen van de taak als bestuurder.
Onbehoorlijk bestuur
In Artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van
bestuurders vastgelegd. Het verplicht de bestuurders tot het voeren van
‘behoorlijk bestuur' over de rechtspersoon. Het is niet mogelijk een sluitende
definitie te geven van behoorlijk bestuur. Dit begrip wordt namelijk ingevuld
door jurisprudentie, literatuur en actuele ontwikkelingen (denk aan de code
Tabaksblat!).
Voorbeelden van (kennelijk) onbehoorlijk bestuur zijn:Onvoldoende informeren van
commissarissen waardoor deze worden gehinderd in hun toezichthoudende taak.
Verzuimen de kredietwaardigheid na te gaan van contractspartners. Hierdoor kan
uw eigen bedrijf worden meegesleept in de financiële neergang van een andere
onderneming. Nalaten uw onderneming te beschermen tegen voorzienbare risico's,
door bijvoorbeeld afdoende voorzieningen op te nemen. Onverantwoord investeren,
waarbij duidelijk sprake is van overschrijding van het normale
ondernemingsrisico.
Oorzaken
In de praktijk blijkt het niet voldoen aan de publicatie- en
boekhoudplicht een belangrijke oorzaak van persoonlijke aansprakelijkheid. Ook
fusies en overnames kunnen hiertoe aanleiding zijn. Daarnaast worden veel
aansprakelijkheidsclaims ingesteld naar aanleiding van het faillissement van de
vennootschap.
Commissarissen
De aansprakelijkheid van commissarissen vloeit voort uit hun
hoofdtaken; advisering en toezicht. Deze taken zijn, mede door de Code
Tabaksblat, verschoven van een passieve rol naar een steeds actievere rol als
betrokken en daadkrachtige adviseurs en toezichthouders van het bestuur.
Persoonlijke aansprakelijkheid voor een misleidende jaarrekening rust - naast op
de bestuurders - tevens rechtstreeks op de commissarissen (art. 2:260BW).
Intern en extern
De bestuurder heeft te maken met zowel een interne als externe
aansprakelijkheid.
Interne aansprakelijkheid
Betreft de aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon. Bestuurders en
commissarissen hebben een verplichting naar de vennootschap tot een behoorlijke
vervulling van de aan hen opgedragen taak. Indien de bestuurder hierin
tekortschiet, kan de vennootschap (of de curator) een beroep doen op Artikel 2:9
BW.
Externe aansprakelijkheid
Iedere rechtspersoon kan in het maatschappelijke verkeer (bij het
zakendoen) onzorgvuldig handelen naar derden toe, bijvoorbeeld
handelscrediteuren. U kunt als bestuurder naast de vennootschap aansprakelijk
worden gesteld voor de financiële schade die het gevolg is van:niet-nakoming van
contracten (het onbetaald laten van een rekening) of onzorgvuldig handelen
(onrechtmatige daad).
U kunt aansprakelijk gesteld worden wanneer u de schadeveroorzakende handeling
had kunnen voorkomen én u valt aan te rekenen dat u dit niet heeft gedaan.
Hoofdelijk en collectief
Voor bestuurstaken geldt een collectieve verantwoordelijkheid en voor alle
bestuurders een hoofdelijke aansprakelijkheid. Dat betekent dat u als
individuele bestuurder aansprakelijk kunt worden gesteld voor de volledige
schade die voortvloeit uit fouten van u én uw medebestuurders.
Als u bestuurder bent - of wordt - bij een vereniging of stichting, gaan uw
gedachten over het algemeen uit naar hoe u de functie wilt vervullen. U zult
niet meteen stilstaan bij uw persoonlijke aansprakelijkheid. In principe is de
vereniging of stichting aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. Toch
kan het gebeuren dat u als bestuurder aansprakelijk wordt gesteld. Zo'n
persoonlijke aansprakelijkstelling zal te maken hebben met het niet behoorlijk
vervullen van uw taak als bestuurder. Bij een aansprakelijkheidstelling is het
niet relevant of u voor uw bestuursfunctie wordt betaald!
Onbehoorlijk bestuur
In Artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van
bestuurders vastgelegd. In beginsel is de aansprakelijkheid voor bestuurders van
profit en non-profit rechtspersonen gelijk. De anti-misbruikwetgeving, welke een
verzwaring van de bestuurdersaansprakelijkheid met zich meebrengt, is echter
niet van toepassing op niet-commerciële verenigingen en stichtingen. De grens
tussen commerciële en niet-commerciële verenigingen en stichtingen wordt gevormd
door de vennootschapsbelastingplicht.
Artikel 2:9 verplicht bestuurders tot het voeren van ‘behoorlijk bestuur' over
de rechtspersoon. Het is niet mogelijk een sluitende definitie te geven van
behoorlijk bestuur. Dit begrip wordt namelijk ingevuld door jurisprudentie,
literatuur en actuele ontwikkelingen.
Voorbeelden van (kennelijk) onbehoorlijk bestuur zijn: Niet (tijdig) informeren
van toezichthouders over ontwikkelingen die voor hen van belang zijn.
Verwaarlozen van de kredietbewaking. Niet voldoen aan in een subsidie gestelde
eisen, waardoor een ontvangen subsidie wordt teruggevorderd. Onvoldoende
deskundigheid of besluiteloosheid, zoals het niet aanvragen van faillisement
terwijl duidelijk is of behoort te zijn dat de verplichtingen niet meer kunnen
worden nagekomen.
Oorzaken
In de praktijk blijkt het niet voldoen aan de boekhoudplicht een belangrijke
oorzaak van persoonlijke aansprakelijkheid: een vereniging of stichting moet te
allen tijde inzicht kunnen geven in de financiële positie. Ook fusies en
splitsingen kunnen hiertoe aanleiding zijn, vanwege de vele betrokken belangen
en de hoeveelheid beslissingen in een kort tijdsbestek. Daarnaast worden veel
aansprakelijkheidsclaims ingesteld naar aanleiding van het faillissement van de
vereniging of stichting.
Toezichthouders
De aansprakelijkheid van toezichthouders vloeit voort uit hun hoofdtaken
advisering en toezicht. Deze taken zijn de laatste jaren verschoven van een
passieve rol naar een steeds actievere rol als betrokken en daadkrachtige
adviseurs en toezichthouders van het bestuur.
Intern en extern
De bestuurder heeft te maken met zowel een interne als externe
aansprakelijkheid:
Interne aansprakelijkheid
Betreft de aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon. Bestuurders en
toezichthouders hebben een verplichting naar de vereniging of stichting tot een
behoorlijke vervulling van de aan hen opgedragen taak. Indien de bestuurder
hierin tekortschiet, kan de vereniging of stichting (of de curator) een beroep
doen op Artikel 2:9 BW.
Externe aansprakelijkheid
Een rechtspersoon kan in het maatschappelijk verkeer ook onzorgvuldig handelen
naar derden (subsidieverstrekkers, contractspartners, werknemers etc.) toe.
Naast de vereniging of stichting kunt u dan aansprakelijk zijn voor bijvoorbeeld
het niet nakomen van een overeenkomst of door onrechtmatig handelen
(onrechtmatige daad).
U kunt aansprakelijk gesteld worden wanneer u de schadeveroorzakende handeling
had kunnen voorkomen én u valt aan te rekenen dat u dit niet heeft gedaan.
Hoofdelijk en collectief
Voor bestuurstaken geldt een collectieve verantwoordelijkheid en voor alle
bestuurders een hoofdelijke aansprakelijkheid. Dat betekent dat u als
individuele bestuurder aansprakelijk kunt worden gesteld voor de volledige
schade die voortvloeit uit fouten van u én uw medebestuurders.
De bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheidsverzekering dekt tot maximaal
het verzekerde bedrag de persoonlijke aansprakelijkheid van een verzekerde voor
vermogensschade geleden door de rechtspersoon zelf en/of door derden, als gevolg
van verwijtbaar fout bestuur gedurende zijn zittingsperiode.
Onder vermogensschade wordt verstaan financieel nadeel zonder dat er sprake is
van schade aan zaken of personen.
De verzekering beschermt dus het privé-vermogen van de bestuurder of commissaris
tegen aanspraken van derden op grond van onder andere:
- wettelijke bestuurdersaansprakelijkheid
- onbehoorlijke taakvervulling ten opzichte van de rechtspersoon
- onzorgvuldig handelen tegenover derden
Niet alle fouten zijn verzekerd. Een aantal belangrijke dekkingsbeperkingen is:
- fouten die zijn gemaakt voor de ingangsdatum van de verzekering
- milieuverontreiniging
- ongerechtvaardigde bevoordeling van verzekerde(n) en/of derden
- schade als gevolg van het niet tot stand brengen en/of in stand houden van een
adequaat pakket verzekeringen ten behoeve van de rechtspersoon;
- aansprakelijkheid die uitsluitend is gebaseerd op boete-, garantie-,
vrijwarings- of ander beding van gelijke strekking;
- rechtsvorderingen van een verzekerde op de rechtspersoon
Bestuurders en commissarissen van rechtspersonen. Daartoe worden ook gerekend
degenen die het beleid van de rechtspersoon bepalen, voor zover zij in dienst
zijn van de rechtspersoon.
Anderen, zoals tweedegraadsbestuurders, kunnen zo nodig uitdrukkelijk worden
meeverzekerd.
Het aantal claims voor bestuurdersaansprakelijkheid neemt elk jaar toe. Toch
komen dergelijke claims slechts incidenteel in het nieuws. Organisaties houden
dit liever buiten de publiciteit en vaak worden zaken geschikt. Met onderstaande
schadevoorbeelden in de vorm van een beknopte casus kunt u zich een beeld vormen
van het BCA-risico.
1. Het bestuur van een middelgrote holdingmaatschappij met een aantal
handelsondernemingen onttrekt doelbewust vermogen aan een zwaar verliesgevende
dochter met de gedachte het vermogen op die wijze voor de groep veilig te
stellen. De dochter gaat inderdaad failliet en de crediteuren blijven met lege
handen achter. De curator stelt de bestuurders van de holding persoonlijk
aansprakelijk namens de benadeelde crediteuren van de failliete dochter.
2. De DGA van een textielbedrijfje importeert fijne zijde uit Sri Lanka vanwege
de zeer goede kwaliteit, hoewel hij weet dat het risico groot is dat door de
jaarlijkse overstromingsproblematiek niet kan worden geleverd. De levering
blijft inderdaad uit, waardoor de halfjaarlijkse haute couture collectie van een
zeer trendy ontwerper grote vertraging oploopt… Zozeer zelfs dat deze collectie
pas tegen het vallen van de herfst gereed is en de verkoopcijfers uiteraard
schrikbarend laag zijn. De ontwerper stelt de DGA persoonlijk aansprakelijk. De
aanspraak baseert hij op het gegeven dat de DGA onnodig risico heeft genomen,
waardoor zijn contractspartner, de ontwerper, financiële schade heeft geleden.
3. Een meubelfabriek en een modebedrijf richten een joint-venture op om samen
een modieuze bankstoffenlijn te ontwerpen, te produceren en op de markt te
brengen. De investeringen van beide partijen zijn omvangrijk. Door gebrek aan
een gedegen marktonderzoek blijkt pas in de laatste fase dat de belangstelling
voor deze producten zeer gering is. De joint-venture wordt dan ook na korte tijd
ontbonden. Dit mislukte avontuur brengt de meubelfabriek financieel op de rand
van de afgrond en de verantwoordelijke directie neemt ontslag. Er treedt een
nieuw bestuur aan, dat al snel besluit om de voormalige directie persoonlijk
aansprakelijk te stellen voor de financiële schade.
4. Het bestuur van een scheepswerf is in een opperbeste stemming. Er is een
overeenkomst getekend voor de bouw van twee zeer grote baggerschepen. In plaats
van winst te kunnen boeken bedraagt het verlies echter ruim 25 miljoen euro. Dit
luidt het faillissement in van de scheepswerf. De curatoren stellen dat het
contract voor de bouw van deze schepen voor de werf organisatorisch en
financieel een maatje te groot is geweest. Onder andere was het eigen vermogen
te laag om de financiering van materialen te dekken. De curatoren stellen de
bestuurders persoonlijk aansprakelijk.
Veel bestuurders gaan er van uit dat als zij en hun medebestuurders ‘geen gekke
dingen' doen het allemaal niet zo'n vaart zal lopen. Toch komt er bij het
besturen van een organisatie meer kijken dan alleen het feitelijke besturen of
het toezicht houden op de organisatie. U zult merken dat zelfs als u te goeder
trouw handelt, u niet altijd uw aansprakelijkheden kunt ontlopen. Juist dan is
het goed te weten dat u de juiste verzekering heeft afgesloten.
Het aantal claims voor bestuurdersaansprakelijkheid neemt elk jaar toe. Toch
komen dergelijke claims slechts incidenteel in het nieuws. Organisaties houden
dit liever buiten de publiciteit en vaak worden zaken geschikt. Met
schadevoorbeelden in de vorm van een beknopte casus kunt u zich een beeld vormen
van het bestuurdersrisico.
1. Het clubhuis van een sportvereniging is in de loop der jaren stevig in verval
geraakt. De voorzitter heeft een lokale aannemer opdracht gegeven voor een
ingrijpende verbouwing. De aannemer maakt flinke kosten en laat andere
opdrachten schieten. Er is echter onvoldoende geld in kas, waardoor de
sportvereniging het contract niet kan nakomen. De aannemer lijdt hierdoor
aanzienlijke schade. De aannemer gaat de voorzitter en de andere bestuursleden
in hun privé vermogen aanspreken.
2. Het bestuur van een sportvereniging koopt een stuk grond voor de bouw van een
nieuw clubhuis. Men vergeet echter bij de koop een ‘schoon grond verklaring’ te
verzoeken. Achteraf blijkt de aangekochte grond vervuild en blijft de vereniging
met een grote schade zitten. De vereniging claimt de schade bij haar
bestuurders.
3. Een stichting van een jazzfestival in een grote stad wordt geconfronteerd met
sterk tegenvallende aantallen bezoekers. Hierdoor is sprake van een zeer zwaar
tekort in de begroting en gaat de stichting failliet. De achterblijvende
crediteuren stellen de bestuursleden van de stichting aansprakelijk.
4. In de verwachting een subsidie voor huisvesting te ontvangen, koopt het
stichtingsbestuur van een scholengemeenschap alvast een nieuw pand. Een aannemer
wordt in de arm genomen om dit te verbouwen. Na enige tijd blijkt dat de
stichting niet voor de subsidieregeling in aanmerking komt. De aannemer kan niet
worden betaald. De aannemer laat het hier niet bij zitten en schakelt een
advocaat in. Deze spreekt namens hem de bestuurders persoonlijk aan voor de
geleden schade.
5. De vrijwilligers van een sportvereniging ontvangen jarenlang een kleine
vergoeding. De fiscus komt hierachter en stelt dat de vergoeding gezien moet
worden als inkomen waaroverinkomstenbelasting en sociale premies verschuldigd
zijn. Hoewel het om kleine vergoedingen gaat, is – door de grote groep
vrijwilligers en groot aantal jaren - de naheffing bijzonder fors. De vereniging
kan dit niet betalen en gaat failliet. De curator probeert het boedeltekort te
verhalen op de privé-vermogens van de bestuursleden.
6. Het bestuur van een stichting komt maar niet met een financieel
jaaroverzicht. Een lid van de Raad van Toezicht komt er toevallig achter dat de
stichting enorme schulden heeft. De Algemene Ledenvergadering stelt de
bestuurders aansprakelijk en doet ditzelfde ook bij de toezichthouders vanwege
het onvoldoende uitoefenen van toezicht.
7. Een hockeyvereniging laat kunstgrasvelden aanleggen en betaalt een
gespecialiseerd bedrijf een flinke geldsom aan. Vervolgens gaat dat bedrijf
failliet en kan de vereniging fluiten naar haar geld. De hockeyvereniging stelt
de verantwoordelijke bestuursleden aansprakelijk, omdat zij onvoldoende hebben
onderzocht of het bedrijf kredietwaardig was.
De premie is sterk afhankelijk van het aantal verzekerden, omvang,
doelstellingen en complexiteit van de rechtspersoon. Voor het vaststellen van de
premie is onder meer noodzakelijk dat jaarverslagen van de afgelopen drie jaar
worden overgelegd.
De laatste jaren is door nieuwe wetgeving de mogelijkheid om bestuurders en
commissarissen persoonlijk aansprakelijk te stellen voor de financiële gevolgen
van fout bestuur verruimd. Zo traden in 1987 de Wet bestuurdersaansprakelijkheid
en de Wet bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement in werking.
De verzekering dekt de persoonlijke aansprakelijkheid van de verzekerden in hun
specifieke hoedanigheid van bestuurder en/of commissaris. Het gaat daarbij in
beginsel om natuurlijke personen. De polis biedt gewoonlijk werelddekking,
echter met uitzondering van aanspraken die zijn gebaseerd op het recht van de
Verenigde Staten van Amerika, Canada en/of Australie.
Deze verzekering is nogal gecompliceerd. Wij adviseren u dringend om uzelf te
informeren over de risico's die u loopt.
Omdat de financiële belangen enorm groot kunnen zijn, en bij gebleken
aansprakelijkheid de te claimen schadeloosstellingen eveneens hoog kunnen
uitvallen, adviseren wij u altijd en eigenlijk ook heel dringend om een
aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.
Ook u bent niet feilloos. Hoe zorgvuldig en voorzichtig u ook te werk gaat, u
loopt nu eenmaal dat risico.
Alle reden om uw risico's af te dekken met een goede verzekering.
Wij staan tot uw beschikking!