|
|
De meeste werknemers in Nederland hebben, naast de AOW, recht op een aanvullend
pensioen. Een aanvullend pensioen wordt niet altijd vanzelf uitgekeerd bij het
bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; u dient uw pensioen zelf aan te
vragen bij de pensioenuitvoerder. Het is verstandig om die aanvraag binnen drie
maanden vóór de pensioendatum in te dienen. Wanneer u uw aanvraag te laat
indient, is het mogelijk dat uw pensioenrechten over een voorgaande periode
komen te vervallen.
Voor het verzilveren van pensioenaanspraken moet u weten bij welke
pensioenuitvoerders er pensioenrechten zijn opgebouwd. Pensioenuitvoerders
verstrekken sinds 1952 bij vertrek naar een andere werkgever of bij ontslag een
brief met de opgave van de hoogte van de opgebouwde pensioenaanspraken. Vanaf
1994 verstrekken de pensioenfondsen elk jaar een opgave van het te bereiken
pensioen aan hun deelnemers.
Opsporingsplan voor ‘vergeten’ pensioen
Heeft u drie maanden voor uw 65ste verjaardag geen bericht ontvangen over een
aanvullend pensioen, neem dan contact op met het pensioenfonds of de
verzekeraar. Geef hierbij steeds een juiste vermelding van uw naam,
geboortedatum, klantnummer, adres en eventuele vorige adressen. Afhankelijk van
de ontbrekende informatie zijn er verschillende routes om gegevens op te sporen.
1. U beschikt over een bewijs van inschrijving of een opgave van uw
pensioenaanspraken, maar de pensioenuitvoerder bestaat niet meer onder dezelfde
naam.
Wanneer een pensioenuitvoerder niet te vinden is, kan sprake zijn van een
naamsverandering, of fusie. Overzicht van oude pensioenfondsen en
levensverzekeringsmaatschappijen:
klik hier!
2. Het bewijs van inschrijving en de opgave van uw pensioenaanspraak
ontbreken. De huidige naam en het adres van de pensioenuitvoerder zijn niet
bekend.
- Infomeer bij de voormalige werkgever of bij vroegere collega’s naar de naam en
het adres van de pensioenuitvoerder.
- Is de werkgever niet te vinden, informeer dan bij een vakorganisatie of het
bedrijf daar bekend is. Soms deponeren bedrijfstakken bij de vakorganisaties
lijsten van ‘vergeten’ pensioenen.
- Gaat het om een pensioenvoorziening die is ondergebracht bij een verzekeraar,
dan kunt u zich wenden tot het Verbond van Verzekeraars.
- U kunt zich ook richten tot de sociaal raadslieden in uw omgeving. De sociaal
raadslieden beschikken over een volledige lijst van pensioenfondsen en
verzekeraars.
3. U heeft geen bewijzen van een pensioenaanspraak en de vroegere werkgever
en de pensioenuitvoerder zijn niet meer te vinden.
- Informeer bij de Kamer van
Koophandel en eventueel bij het gemeentehuis of het bedrijf misschien onder
een andere naam opereert, is overgenomen, verhuisd of failliet verklaard.
- Probeer oud-collega’s op te sporen en vraag of zij al een pensioen hebben
ontvangen. Mogelijk weten zij waar het bedrijf de pensioenen heeft
ondergebracht.
- Informeer bij de vakorganisaties of het bedrijf was aangesloten bij een
bedrijfstakpensioenfonds.
- Informeer bij werkgeversorganisaties of de vroegere werkgever nog bekend is en
of men weet bij welk pensioenfonds of welke verzekeraar de werkgever eventueel
was aangesloten.
- Mogelijk kan de Pensioen- &
Verzekeringskamer,
het Verbond van Verzekeraars of de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen de vroegere
werkgever in verband brengen met het pensioenfonds. Dit op grond van de
bedrijfsactiviteit van de vroegere werkgever.
-
VB Helpdesk Vergeten Pensioenen
Telefoonnummer speciaal voor informatie over vergeten pensioenrechten: (070) 311
73 73. Dit nummer is iedere ochtend tussen 8.30 en 12.30 uur bereikbaar.
Wat u moet bedenken…
Het kan zijn dat u helemaal geen pensioen hebt opgebouwd of dat u in het
verleden uw opgebouwde pensioenaanspraken hebt afgekocht:
- Mogelijk ontbrak een pensioenregeling in uw vroegere werkkring. Niet alle werkgevers zijn
verplicht een pensioenregeling te treffen.
- Het kan ook zijn dat uw vroegere werkgever wel een collectieve pensioenregeling
had getroffen, maar dat u niet aan de voorwaarden voor die regeling voldeed.
Bijvoorbeeld omdat u onder de leeftijdsgrens van 21 of 25 jaar viel voor
toetreding tot de pensioenregeling of dat er een wachttijd was ingesteld voor
deelname.
- Een andere mogelijkheid is dat u te weinig werkuren maakte en daardoor te weinig
verdiende voor de loongrens die in de pensioenregeling werd gesteld,
bijvoorbeeld omdat u in deeltijd werkte of een tijdelijk arbeidscontract
vervulde.
- Tot voor kort was het mogelijk dat (gehuwde) vrouwen waren uitgesloten van het
recht op deelname aan een aanvullende pensioenregeling. In 1994 heeft het
Europese Hof van justitie uitgesproken dat vrouwen die in het verleden geen
pensioen opbouwden, omdat de pensioenregeling (gehuwde) vrouwen of deeltijders
uitsloot, vanaf 8 april 1976 recht hebben op deelname aan de regeling.
Uitgesloten vrouwen of deeltijdwerkers moeten dan echter wel hun deel van de
pensioenpremie betalen.
U hebt jaren geleden één van de volgende mogelijkheden tot afkoop benut, maar u
bent dat inmiddels vergeten.
- Tot 1973 konden pensioenen worden afgekocht die in minder dan vijf jaar waren
opgebouwd. Tot 1973 konden vrouwen ook pensioenrechten afkopen wanneer zij
trouwden. Ook daarna bleef afkoop in veel gevallen mogelijk.
- Vanaf 1987 werd het in sommige pensioenregelingen mogelijk om het pensioen dat u
bij een vorige werkgever had opgebouwd mee te nemen naar de nieuwe werkgever.
Daarmee werden vanzelfsprekend de vroegere aanspraken teniet gedaan.
|