|
De tweede pijler van het pensioengebouw is het pensioen via de werkgever. Dat is
een aanvulling op de eerste pijler: de AOW. Niet iedere werknemer bouwt zo’n
aanvullend pensioen op, maar wel heel veel werknemers.
Zo'n 95% van de bedrijven heeft een bedrijfspensioenregeling. Meestal geldt die
pensioenregeling voor elke werknemer of voor elke werknemer vanaf een bepaalde
leeftijd.
Uw werkgever betaalt meestal het grootste deel van deze regeling. Ook van u
wordt vaak een eigen bijdrage gevraagd die op uw bruto salaris wordt ingehouden.
Indien u een pensioen opbouwt via uw werkgever, bent u hoogstwaarschijnlijk
aangesloten bij een zogenaamd pensioenfonds. Dit is meestal een
verzekerings-maatschappij die straks op uw 65e de pensioenuitbetaling zal gaan
verzorgen.
Afhankelijk van de bedrijfstak waarin u werkzaam bent, bijvoorbeeld de
metaalindustrie, zult u verplicht bij het desbetreffende
bedrijfs(-tak)pensioenfonds zijn aangesloten, zoals het Pensioen Fonds voor de
Metaalindustrie.
Indien u bij een multinational werkt, zoals Heineken of KLM, zult u verplicht
zijn aangesloten bij het eigen Ondernemings Pensioenfonds. Daarnaast zijn er
verplicht gestelde beroepspensioen-regelingen voor onder andere apothekers,
artsen en notarissen.
Maar ook bestaat de mogelijkheid om als bedrijf bij een verzekeringsmaatschappij
naar keuze een pensioenarrangement samen te stellen.
U zult begrijpen dat alle voornoemde pensioenregelingen verschillend zullen
zijn.
Het doel, een oudedagspensioen voor de werknemer opbouwen, is in principe
gelijk. Maar de mate waarin dat doel bereikt zal worden hangt sterk af van de
kwaliteit van de aangeboden pensioenregeling.
Het uitgangspunt is dat een goed pensioen gelijk moet zijn aan 70 % van het
laatst verdiende salaris. Omdat u vanaf uw 65e jaar minder belasting gaat
betalen, kunt u, ondanks dat u bruto minder inkomen krijgt, toch netto in
inkomen gelijk blijven. Dit is dus de ideale situatie.
Helaas is het zo dat zeer veel pensioenregelingen dit uitgangspunt niet halen.
De oorzaken hiervan zijn onder andere het hanteren van een hoge AOW-franchise,
het hanteren van een lage pensioengrondslag, het instellen van een maximum
salaris waarover pensioen mag worden opgebouwd, het al dan niet indexeren van de
pensioenen etc. Hierdoor kunnen (grote) pensioengaten ontstaan.
|