Uitvaart ABC
Wij hebben voor u de meest voorkomende termen
overzichtelijk geselecteerd.
A | B |
C | D |
E | F |
G | H |
K | L |
M | N |
O | P |
R | S |
T | U |
V | W |
X | Z
A
Aangifte van overlijden
Aangifte betekent kennisgeving. Binnen 5 dagen na een
overlijden moet daarvan aangifte worden gedaan bij de Burgerlijke Stand in de
gemeente van overlijden. De aangifte kan worden gedaan door de uitvaartverzorger
of iemand die "kennis heeft van het overlijden" (een familielid, een vriend).
Hierbij moet de Verklaring van overlijden worden overlegd. De gemeente geeft een
Akte van Overlijden af en een schriftelijke toestemming voor het begraven of
cremeren van de overledene, het verlof tot begraven of verbranden.
Adipocire
Lijkenwas, die ontstaat uit rottend vetweefsel. Als
overledenen begraven zijn in grond die een goede en snelle lijkvertering in de
weg staat, kan lijkenwas ontstaan en kunnen lijken zelfs tientallen jaren na
begraving nog goed herkenbaar zijn.
Afleggen
De complete verzorging van de overledene, zoals wassen,
scheren, kleden, het haar fatsoeneren en eventueel make-up aanbrengen. Het woord
afleggen heeft voor veel mensen een wat `onsympathieke` klank, de meeste
uitvaartondernemers spreken dan ook over de laatste verzorging. Steeds vaker
doen nabestaanden dit overigens zelf, eventueel samen met de uitvaartverzorger.
Akte van overlijden
Als iemand overleden is, dient dit overlijden te worden
aangegeven bij de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden heeft
plaatsgevonden. Door de gemeente wordt een akte van overlijden opgemaakt,
waarvan op verzoek een uittreksel wordt afgegeven. Een uittreksel van de akte
van overlijden is nodig om allerlei formele zaken te kunnen regelen. Vraag
daarom direct om meerdere uittreksels.
Algemeen graf
In een algemeen graf ligt een aantal willekeurige
overledenen bij elkaar, op volgorde van binnenkomst. Zo`n graf is aan de
bovenkant te herkennen aan de verschillende kleine stenen dicht bij elkaar op
één plaats. De overledenen worden in `volgorde van binnenkomst` begraven. De
grafrechten gelden voor tien jaar en kunnen niet worden verlengd. Algemene
graven mogen na tien jaar door de houder van de begraafplaats geruimd worden;
nabestaanden hoeven daarvan niet in kennis te worden gesteld. Meestal worden
algemene graven echter pas geruimd als ruimtegebrek dreigt of wacht een
begraafplaats tot alle graven op een veld in een keer geruimd kunnen worden.
Algemene begraafplaats
Volgens de Wet op de lijkbezorging is elke gemeente met
meer dan duizend inwoners verplicht om een begraafplaats aan te leggen en te
beheren. Een algemene begraafplaats, in de Wet op de lijkbezorging gemeentelijke
begraafplaats genoemd, staat open voor elke overledene. Dit in tegenstelling tot
een bijzondere of een particuliere begraafplaats.
Asbehandelingsunit
Crematoria krijgen heel vaak het verzoek om de as van een
overledene in een ander omhulsel te doen. Te denken valt aan een sierurn, een
medaillon of een speciale koker om de as mee naar huis te nemen. Bij deze
handeling komt er fijn stof vrij, die door de betreffende medewerker zou kunnen
worden ingeademd. Om dit te voorkomen gebeurt dit in een "asbehandelingsunit".
In dit apparaat wordt vrijkomende stof direct afgezogen en is dus een
bescherming voor de medewerkers van het crematorium.
Asbestemming
Een algemene term voor dat wat er met de as van de
overledene na een crematie gebeurt. De as kan verstrooid worden of bewaard in
een urn. De urn kan thuis worden bewaard of worden bijgezet in een urnentuin,
urnenmuur, urnenkelder of urnengraf.
Asbus
Dat is de naam voor de (eenvoudige) bus waarin het
crematorium de asresten na de crematie bewaard. Officieel moet het crematorium
de as tot één maand na de crematie bewaren. Daarna mag de as worden vrijgegeven.
De asbus kan op veel begraafplaatsen op verzoek worden bijgezet in een al
bestaand urnengraf.
Asmolen
Na de crematie blijft gemiddeld zo?n 3 kg aan asresten
over. Deze asresten worden in een asmolen verkleind om daarna te kunnen worden
verstrooid of in een urn te worden bijgezet.
Asvuurpijl
Een grote vuurpijl waarmee de as van de overledene kan
worden afgeschoten. Door de ontwerpster Hetty van Bommel ook wel Last Rest
Rocket genoemd. De asvuurpijl is in 1997 ontworpen en in 1998 voor het eerst
gebruikt.
Aula
Plaats van samenkomst voor de afscheidbijeenkomst van de
overledene. Niet elke begraafplaats heeft een aula, de samenkomst of dienst
vindt dan elders plaats.
Terug naar boven
B
Balsemen
Een al door de Egyptenaren toegepaste methode om
lijkbederf tegen te gaan. Tegenwoordig gebeurt het door het lichaam met bepaalde
vloeistoffen in te spuiten. In Nederland is balseming bij de Wet op de
lijkbezorging verboden. De overheid ziet graag dat stoffelijke overschotten zo
snel mogelijk tot ontbinding overgaan. Uitzondering wordt gemaakt voor
overledenen die naar het buitenland moeten worden vervoerd en voor leden van het
koninklijk huis.
Begraafplaats
Een terrein dat geschikt is gemaakt voor het begraven van
doden. Begraafplaatsen kunnen eigendom zijn van een kerkgemeenschap, gemeente,
stichting of van particulieren, want het is ook mogelijk een eigen graf of
begraafplaats op eigen land te vestigen. Volgens de Wet op de lijkbezorging is
elke gemeente met meer dan duizend inwoners verplicht om een algemene
begraafplaats aan te leggen en te beheren.
Begraafplaats of graf op eigen land
Sinds de nieuwe Wet op de lijkbezorging (uit 1991) is het
(weer) mogelijk een graf of begraafplaats op eigen land te vestigen. Daarvoor
moet toestemming worden verleend door de gemeente en er zijn een aantal
voorwaarden aan gebonden.
Begraafrecht eigen graf
Behalve voor het eigen graf zelf, moeten nabestaanden ook
betalen voor het begraven, de werkzaamheden die daarbij komen kijken. Dat wordt
begraafrecht genoemd. Elke begraafplaats stelt zijn eigen tarief vast.
Begrafenisondernemer
Verouderde term voor uitvaartondernemer, daterend uit de
tijd dat crematie nog uitzonderlijk was. Omdat een uitvaartondernemer ook
crematies regelt, klopt de term begrafenisondernemer strikt gezien niet meer.
Begraven
Een overledene in de grond te ruste leggen. Ook wel
teraardebestelling genoemd.
Begraven of cremeren zonder kist
Vanaf 1991 staat de Wet op de lijkbezorging begraven
zonder kist toe. Wel moet het lichaam aan het zicht onttrokken worden met behulp
van een lijkwade. Bij crematoria is het geen probleem, maar (nog) niet elke
begraafplaats staat een begraving zonder kist toe. Particuliere begraafplaatsen
mogen hun eigen reglement opstellen en kunnen dit dus weigeren.
Beheerder begraafplaats
De man of vrouw die voor de dagelijkse gang van zaken op
de begraafplaats verantwoordelijk is en de leiding heeft over alle werknemers op
de begraafplaats. Een particuliere begraafplaats heeft daarboven vaak nog een
bestuur en een gemeentelijke begraafplaats ambtenaren en een verantwoordelijk
wethouder die de beleidsbeslissingen nemen en onder andere de beheerder
aanstellen. De beheerder kan tegenwoordig ook directeur of manager worden
genoemd.
Besluit op de lijkbezorging
Nadere uitwerking van de Wet op de lijkbezorging (Wlb)
waarin een aantal zaken nader wordt gespecificeerd, zoals de wijze van begraven
en cremeren, de inrichting van een graf, de registers voor begraafplaatsen en
crematoria, het vervoer van lijken naar en uit Nederland en overlijden op zee.
Bewind
Periode waarin het erfdeel wordt beheerd door iemand
anders (bewindvoerder). Een erfgenaam kan dan niet zelfstandig beschikken over
de geërfde goederen (vaak gebonden aan leeftijdsgrens).
Bidprentje
Plaatje ter gedachtenis aan een overledene. Kan het
portret van de overledene zijn, of dat van een heilige of een andere religieuze
voorstelling. Met daarop de naam, geboorte- en sterfdag van de overledene,
eventueel een korte levensbeschijving en een opwekking om voor hem/haar te
bidden.
Bijzetting
Teraardebestelling of begraving. De term bijzetting wordt
meestal gebruikt als er sprake is van een "begraving" in een kelder (van een
overledene) of in een nis (van een urn) en er dus in de letterlijke zin van het
woord niet begraven wordt. Voorbeeld: Prinses Juliana werd bijgezet in de
koninklijke grafkelder in Delft.
Bijzondere begraafplaats
Ook wel particuliere begraafplaats genoemd. Een
begraafplaats die niet door een gemeente wordt beheerd maar door een stichting,
kerkgenootschap of particulier.
Boedelruiming
Het leeg maken van het huis van een overledene, naar wens
van de woningbouwvereniging en/of eigenaar.
Terug naar boven
C
Codicil
Een wilsbeschikking die niet door de notaris wordt
opgemaakt. Het moet een zelf geschreven en ondertekend document zijn. Het
codicil is geschikt voor het vermaken van bepaalde kledingstukken, sieraden of
inboedelgoederen of om vast te leggen hoe men begraven of gecremeerd wil worden.
Columbarium
Een columbarium bevat grafnissen of urnennissen.
Columbarium betekent in het Latijns duiventil. Ook wel urnenmuur genoemd.
Condoleance
Betuiging van deelneming bij een sterfgeval.
Condoleance-register
Ook wel rouwregister genoemd. Het boek waarin de personen
die komen condoleren hun naam en eventueel een persoonlijke tekst zetten.
Crematie
Het verbranden van lijken. Ook wel lijkverbranding of
verassing genoemd. In Nederland gebeurt dit in ovens. In India bijvoorbeeld op
een brandstapel.
Crematieoven
De Oven of Crematieoven is de feitelijke plaats in het
crematorium waar een stoffelijk overschot wordt verbrand. Het verbrandingsproces
verloopt bij een temperatuur tussen de 800 0C en 1100 0C. De tijd, die nodig is
om de kist met het stoffelijk overschot volledig te verassen bedraagt in een
voorverwarmde oven (800 0C) ca. 75 minuten.
Crematorium
Het gebouw waar een lijkverbranding (crematie)
plaatsvindt.
Cremeren
Een lijk verbranden.
Cremobiel
Een mobiel crematorium dat achter een auto kan worden
gehaakt, niet groter dan een caravan en makkelijk voor iedereen mee te nemen en
overal neer te zetten. De cremobiel is er (nog) niet, het is een idee van
uitvaartonderneemster Denise van de Ven.
Cremulator
Ook genoemd Asmolen.
Terug naar boven
D
Dankkaarten of dankbetuigingskaarten
Een kaart waarmee nabestaanden de mensen die hun medeleven
hebben getoond bij het overlijden geruime tijd na de uitvaart bedanken. Dit kan
een kaart zijn met een formele standaardtekst of met een persoonlijk
bedankwoord.
Delven
Het graven van een graf.
Deposito
Een vorm van sparen voor de uitvaartkosten, die door
sommige uitvaartondernemers geboden wordt. Het is géén uitvaartverzekering.
Heeft iemand op het moment van overlijden 500 euro gespaard, en bedragen de
uitvaartkosten 3000 euro, dan moet er 2500 euro worden bijbetaald. Op deposito`s
vindt in het algemeen rentebijschrijving plaats.
Dodenwake
Het wachthouden of waken bij een overledene.
Donor
Iemand die bloed (bloeddonor), sperma voor kunstmatige
inseminatie (spermadonor) of organen afstaat (beenmergdonor, nierdonor,
hartdonor) voor transplantatie.
Donorcodicil
Kaartje met bereidverklaring om als donor te fungeren.
Inmiddels zijn donorcodicillen achterhaald. Wil je orgaan- of weefseldonor
worden, dan kun je deze wensen nu kenbaar maken via het donorregister
Donororganen
Organen die men bij leven (een nier) of na de dood (bijna
alle organen) afstaat voor transplantatie.
Donorregister
In het donorregister wordt de keuze van Nederlanders over
orgaan- en weefseldonatie geregistreerd en beheerd. De registratie vindt plaats
op vrijwillige basis. Wie zich niet heeft laten registreren laat daarmee de
beslissing over aan de nabestaanden.
Doodgraver
Iemand die op de begraafplaats het graf delft en de
beaarding weer dicht. Andere benamingen zijn grafdelver en grafmaker.
Terug naar boven
E
Eeuwigdurende grafrechten
Op sommige eigen graven kunnen rechten worden verkregen
voor 100 jaar. Dit wordt ook wel een eeuwig graf genoemd, hoewel eeuwigdurend in
dit geval betrekkelijk is. Niet elke begraafplaats geeft eeuwigdurende
grafrechten uit.
Eigen graf
Een huurgraf waarin meestal plaats is voor drie
overledenen. De term eigen graf kan verwarrend zijn, omdat het suggereert dat
het graf gekocht is. Degene die het graf huurt, de rechthebbende, bepaalt wie er
in begraven mag worden. Dit in tegenstelling tot een algemeen graf. Een eigen
graf wordt ook wel familiegraf genoemd. Eigen graven worden uitgegeven voor een
periode van minimaal twintig jaar (volgens wettelijk voorschrift) en kunnen na
die periode meestal verlengd worden. Onderhoud van het graf en begraafrecht zijn
niet in de prijs inbegrepen.
Epitaaf
Oorspronkelijk een gebeeldhouwde grafplaat die in de muur
bij of boven het graf (in de kerk) is aangebracht. Nu wordt het woord vooral
gebruikt voor een opschrift op een grafmonument, een grafschrift.
Erfdeel
Dat deel van de nalatenschap waarop een erfgenaam recht
heeft.
Erfenis
Het geheel wat een overledene nalaat. Of: dat wat een
nabestaande erft van een overledene.
Erflater
Diegene die een testament heeft laten opmaken.
Erfrecht
Het geheel van rechtsregels en wetsbepalingen dat de
overgang van de nalatenschap op de erfgenaam regelt.
Euthanasie
Betekent letterlijk goede, zachte dood (Grieks). In
Nederland spreken we van euthanasie als het gaat om de beëindiging van het leven
van een patiënt die ondraaglijk en uitzichtloos lijdt, op diens uitdrukkelijk
verzoek.Volgens de wet mag alleen een arts straffeloos euthanasie verlenen. Deze
moet dan wel voldoen aan de in de wet vastgelegde zorgvuldigheidseisen, zoals
het consulteren van een tweede onafhankelijke arts.
Euthanasieverklaring
Schriftelijke verklaring waarmee iemand precies aangeeft
onder welke omstandigheden hij graag zou willen dat de arts euthanasie bij hem
uitvoert. Voor meer informatie, zie www.nvve.nl. Naast de euthanasieverklaring
geeft de NVVE ook een behandelverbod en een niet-reanimerenpas uit.
Executeur
Degene die door de erflater is aangewezen om de
nalatenschap af te wikkelen.
Terug naar boven
F
Familiegraf
Andere naam voor eigen graf.
Funerair
Afgeleid van het Franse `funéraire`. Betekent: behorend
bij en betrekking hebbend op begrafenissen. Bijvoorbeeld: funeraire poëzie =
lijk- en grafgedichten.
Terug naar boven
G
Galerijgraf
Een galerijgraf is een bovengronds wand- of muurgraf
waarvan er meerdere boven en/of naast elkaar (in galerijen) in een muur of
heuvel wordt geplaatst.
Gedenkteken
Een steen of beeld waarmee men iets of iemand wil
gedenken. Een gedenkteken kan overal worden aangebracht of neergezet en is dus
niet hetzelfde als een grafteken dat verbonden is aan een graf.
Gemeentelijke begraafplaats
Volgens de Wet op de lijkbezorging is elke gemeente met
meer dan duizend inwoners verplicht om een begraafplaats aan te leggen en te
beheren. Een gemeentelijke begraafplaats staat open voor elke overledene en
wordt daarom ook wel algemene begraafplaats genoemd. Dit in tegenstelling tot
een bijzondere of een particuliere begraafplaats.
Gesloten begraafplaats
Een begraafplaats waar geen begravingen meer plaatsvinden.
Een gesloten begraafplaats is meestal gewoon voor publiek toegankelijk en kan in
stand worden gehouden als wandelpark of als belangrijk cultureel erfgoed.
Grafbeplanting
Grafbeplanting zijn de bloemen, planten, struiken en
dergelijke die op het graf zijn geplaatst. Beplanting naast het graf of elders
op de begraafplaats is veelal alleen voorbehouden aan de eigenaar van de
begraafplaats.
Grafdelver
Iemand die op de begraafplaats het graf delft en de
beaarding weer dicht. Andere benamingen zijn grafmaker en doodgraver.
Grafgroen
(Meestal) dennentakken waarmee de rand van het graf
tijdens een begrafenisceremonie is afgedekt, bedoeld om het gat aan het zicht te
onttrekken. De kist zakt als het ware door het groen het graf in. Het gebruik
van grafgroen is niet verplicht.
Grafheuvel
Een graf dat is afgedekt met een heuvel, wordt ook wel
tumulus genoemd. Het begraven in een heuvel gebeurt al sinds prehistorische
tijden. Tegenwoordig worden door architecten en anderen kant-en-klare
grafheuvels ontworpen en gefabriceerd waarin plaats is voor tientallen
overledenen en die een plek kunnen krijgen op begraafplaatsen. Sommigen zien het
als een geschikte manier om zorgvuldig om te gaan met de schaarse begraafruimte.
Grafkelder
Een betonnen constructie waar meestal twee (soms vier)
overledenen boven of naast elkaar geplaatst kunnen worden. Niet elke
begraafplaats heeft grafkelders.
Grafkrans
De grafkrans is een van de meeste gebruikte vormen van een
bloemstuk bij een uitvaart. De krans is, evenals de ring en de slang die in zijn
staart bijt, het symbool van het oneindige.
Graflift
Een mechanisch apparaat om de kist in het graf te laten
zakken. Er zijn twee soorten liften: mechanische en hydraulische. De laatste
jaren komen er steeds meer verzoeken van nabestaanden om de kist op de
"ouderwetse manier", namelijk met touwen, in het graf te laten zakken. Niet
elke begraafplaats geeft gehoor aan dit verzoek.
Grafmaker
Iemand die op de begraafplaats het graf delft en de
beaarding weer dicht. Andere benamingen zijn grafdelver en doodgraver.
Grafmonument
Elk gedenkteken dat op een graf wordt geplaatst. Dit kan
variëren van een paar kleine steentjes op een graf tot een groot mausoleum dat
de oppervlakte van meerdere graven beslaat.
Grafrechten
Grafrechten geven recht op een plaats en/of zeggenschap
over een graf voor een bepaalde, vaste termijn. Er zijn twee soorten
grafrechten: 1. het recht van gebruik van een ruimte binnen een algemeen graf en
2. Het uitsluitend grafrecht op een eigen (familie)graf. Bij een algemeen graf
gaat het om het recht op een plaats van tien jaar in een graf waar meerdere
personen, die vreemden voor elkaar zijn, bij elkaar liggen. Bij een eigen graf
gelden de grafrechten minstens 20 jaar en bepaalt de rechthebbende van het graf
(de huurder) wie er begraven mogen worden.
Grafschennis
Tegenwoordig bestaat grafschennis vooral uit vernieling en
bekladding van grafstenen en grafkruisen en het stelen van onderwerpen. Vroeger
leidde het ook nog weleens tot het stelen van knekels of schedels. Grafschennis
is strafbaar volgens de wet, in tegenstelling tot lijkschennis of necrofilie.
Grafschrift
Het opschrift op een grafsteen.
Grafsteen
Ofwel grafmonument. Een staande grafsteen wordt ook wel
een stèle genoemd. Dit is een steen die veelal aan het eind van het graf omhoog
staat. Een liggende steen wordt ook wel een zerk genoemd. Dit is een steen die
op het graf ligt en meestal het hele graf bedekt. Het materiaal en de vorm van
de steen en de manier van inscriptie kunnen zeer verschillend zijn.
Graftoerisme
Sommige Nederlandse gemeenten hebben de grafrechten en de
kosten van het onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen dermate verhoogd
dat inwoners (of hun nabestaanden) op zoek gaan naar een laatste rustplaats
elders, waar lagere kosten in rekening worden gebracht. Dit verschijnsel is
`graftoerisme` gedoopt. `Graftoerisme` moet niet verward worden met
`uitvaarttoerisme`, een woord dat verleden jaar werd geïntroduceerd voor
toeristische uitstapjes om de uitvaart van een beroemdheid bij te wonen.
Grafveld
Eigenlijk is grafveld een synoniem voor begraafplaats.
Tegenwoordig wordt het vooral gebruikt om een veld op een begraafplaats aan te
duiden.
Groen begraven
Ook wel ecologisch of natuurlijk begraven genoemd. Heel
algemeen betekent "groen begraven" dat er bij het begraven geen gebruik wordt
gemaakt van materialen die schadelijk zijn voor het milieu of die de
lijkvertering op enige manier in de weg staan of vertragen. Daarvoor zijn
bijvoorbeeld kartonnen doodskisten ontwikkeld. Het ultieme groene begraven vindt
plaats op een natuurbegraafplaats, waar men onder andere een boom kan planten in
plaats van een grafsteen oprichten.
Terug naar boven
H
Hersendood
De toestand waarin het lichaam niet meer reageert op in-
of uitwendige prikkels, waarbij er geen spontane ademhaling en geen beweging
meer is en er geen reflexen meer zijn. Volgens deze definitie is het dus
mogelijk met een kloppend hart toch dood te zijn. Het hart klopt namelijk
vanzelf, zonder dat daar functionerende hersenen voor nodig zijn. Zie ook
klinisch dood. De overtuiging dat de dood van de mens wordt bepaald door de dood
van de hersenen hangt nauw samen met de opkomst van orgaandonatie. Het moment
dat artsen vaststellen dat iemand hersendood is wordt gezien als het officiële
tijdstip van overlijden, waarna organen (uiteraard na toestemming van directe
nabestaanden) mogen worden uitgenomen.
Hospice
Een kleinschalige, huiselijke locatie die zich in
palliatieve, terminale zorg heeft gespecialiseerd. Ongeneeslijk zieke patiënten
kunnen hier - tijdelijk of tot de dood - worden verzorgd. Naasten kunnen blijven
slapen. Hospices proberen in alles de thuissituatie na te bootsen. In hospices
is tevens een grote diversiteit aan (medisch) personeel beschikbaar, zoals een
oncoloog-internist, een pijnarts, een psycholoog, een maatschappelijk werker of
een pastoraal werker. Dit in tegenstelling tot de vergelijkbare
bijna-thuis-huizen.
Huurgraf
Dit wordt meestal een eigen graf of familiegraf genoemd,
een graf waar plaats is voor drie overledenen (soms twee, soms vier) en dat
wordt uitgegeven voor een periode van minimaal twintig jaar (volgens wettelijk
voorschrift). Huurgraven of eigen graven kunnen na die periode meestal verlengd
worden. Onderhoud van het graf en begraafrecht zijn niet in de prijs inbegrepen.
Identificatie-steentje
Een steentje waarop de naam van de overledene, de datum
van crematie en een crematienummer staan. Dit vuurbestendige steentje wordt bij
een crematie op de kist gelegd voor deze de oven ingaat en vervolgens samen met
de as geborgen in een asbus.
Invriezen
Het opslaan van een stoffelijk overschot (of een deel
ervan) in een vat met stikstof. Het idee erachter is dat als men dit vlak na het
overlijden doet, nog niet alle cellen definitief gestorven zijn en het lichaam
later, in de verre of nabije toekomst, weer kan worden opgewekt, mits de
wetenschap die kennis ooit zal vergaren.
Terug naar boven
K
Kapitaalverzekering
Ook wel sommenverzekering. Bij een kapitaalverzekering
wordt geld uitgekeerd die voor de uitvaart gebruikt kan worden. Een andere
mogelijkheid is een naturaverzekering.
Keldergraf
Anders dan bij een zandgraf, waar de kist direct in de
grond wordt geplaatst, bestaat een keldergraf uit een betonnen kelder die in de
grond is geplaatst en daarin wordt de kist gezet. De kelder is waterdicht, maar
heeft meestal wel een goed beluchtingssysteem dat zorgt voor een volledige
lijkvertering zonder geuroverlast. Koolstoffilters zuiveren de lucht.
Kerkhof
Wordt vaak gebruikt als synoniem voor begraafplaats, maar
strikt gezien mag het begrip kerkhof uitsluitend gebruikt worden voor
begraafplaatsen rond en bij een kerk.
Kistbeslag
De metalen handvatten, handgrepen en/of sierplaten die aan
een kist zitten.
Kistkoeling
Een apparaat waarop de kist wordt geplaatst of dat onder
het bed wordt geplaatst en waarmee het lichaam gekoeld wordt, zodat het in goede
conditie kan worden gehouden tot aan de dag van de uitvaart.
Klinisch dood
Iemand is klinisch dood als de ademhaling en de
hartwerking zijn gestopt.
Klokkenstoel
Stellage van balken waarin één of meerder klokken worden
opgehangen, voorzien met een dakje. Klokkenstoelen staan meestal op
begraafplaatsen en komen in Nederland hoofdzakelijk voor in Friesland en in de
kop van Overijssel.
Knekelput
Een groot graf of diepe kuil op een afgelegen plek van de
begraafplaats waar beenderen en schedels van geruimde graven worden herbegraven.
Wordt ook wel verzamelgraf genoemd.
Terug naar boven
L
Legaat
Een specifiek onderdeel van de nalatenschap voor een
specifieke erfgenaam bedoeld (bijvoorbeeld geld, sieraad, auto, meubelen etc.).
Legitieme portie
Dat deel van de nalatenschap waarop (klein)kinderen
minimaal recht hebben.
Lijkbaar
Draagbaar voor een lijk.
Lijkkoets
Koets waarin de overledene wordt vervoerd.
Lijkomhulselbesluit
Een ministeriële regeling met nadere eisen die worden
gesteld aan materialen voor lijkomhulsels zoals kisten en lijkwaden.
Lijkopening
Obductie, sectie. Gebeurd door een patholoog, meestal om
vast te stellen wat de doodsoorzaak was. Verplicht in geval van verdenking van
een misdrijf.
Lijkschennis
Ook wel necrofilie genoemd. Perverse liefde of seksuele
begeerte voor doden of stervenden. Vreemd genoeg is lijkschennis niet in het
Nederlandse wetboek van strafrecht opgenomen.
Lijkverstijving of lijkstijfheid
Stijfheid van de spieren die enige uren na de dood begint
op te treden en na enkele dagen weer verdwijnt.
Lijkvlek
Verkleuring van de huid na de dood. De verkleuring wordt
veroorzaakt doordat de bloedcirculatie tot stilstand komt en het bloed zakt naar
de laagst gelegen delen van het lichaam. Lag de overledene op zijn rug, dan
zullen er meestal lijkvlekken te zien zijn op de rug, schouderbladen en
oorlellen. Lag de overleden op zijn buik, dan komen lijkvlekken ook in het
gezicht voor.
Lijkwade
Een kleed of doek waarin de overledene wordt gehuld. In
Nederland mag zonder kist begraven of gecremeerd worden, wel moet het lichaam
dan aan het zicht onttrokken worden met behulp van een lijkwade.
Lyofilisatie
Vriesdrogen. Mogelijke een nieuwe vorm van lijkbezorging.
Bij vriesdrogen wordt het lichaam eerst bevroren en vervolgens in stikstof
ondergedompeld. Dit maakt het lichaam breekbaar. Vervolgens wordt het stoffelijk
overschot onderworpen aan een trilling van een bepaalde sterkte, waardoor het
uiteenvalt in een organisch poeder. Tenslotte wordt in een vacuüm kamer het
water uit het lichaamsstof verwijderd. Wat uiteindelijk overblijft is een
reukloos poeder dat niet vergaat als het droog bewaard wordt. Zweden is het
eerste land dat deze vorm van lijkbezorging aanbiedt. In Nederland onderzoeken
diverse partijen in de uitvaartwereld deze nieuwe vorm van lijkbezorging.
Terug naar boven
M
Mantelzorg
De aanvullende, niet beroepsmatige hulpverlening aan
ouderen, zieken, stervenden en andere hulpbehoevenden. Mantelzorgers zijn
meestal familieleden en vrienden van de zieke of stervende.
Mausoleum
Groot praalgraf. De naam is afgeleid van het grafmonument
van koning Mausolos te Halikarnassos. Rond 1500 is dit graf door de Italianen
gesloopt en werden de grafonderdelen onder andere gebruikt voor huizenbouw ter
plaatse. Delen van het originele graf kunnen nog worden bezichtigd in het
British Museum te Londen.
Memento mori
1. Latijns voor Gedenk te sterven.
Mortuarium
Gebouwtje bij of vertrek in ziekenhuis of verpleeghuis
waar overledenen tijdelijk bewaard worden.
Mummie
Gebalsemd of gedroogd lijk. Een lijk kan door mensenhanden
(balseming) tot mummie worden gemaakt of door de natuurlijke omgeving en
omstandigheden geleidelijk in een mummie veranderen.
Muurgraf
Ook wel wandgraf genoemd. In muurgraven worden kisten
bovengronds horizontaal in nissen geschoven. Muurgraven komen veel voor in
zuid-Europa, hier zijn ze slechts op enkele begraafplaatsen te vinden.
Terug naar boven
N
Nalatenschap
Het totaal aan bezittingen en schulden dat iemand na zijn
overlijden achterlaat.
Naturaverzekering
Bij een naturaverzekering wordt geen geld uitgekeerd,
zoals bij een sommenverzekering, maar wordt de uitvaart geregeld.
Natuurbegraafplaats
Een begraafplaats waar groen begraven wordt. Dit betekent
dat er geen gebruik mag worden gemaakt van materialen die schadelijk zijn voor
het milieu, het planten van bomen op graven wordt gestimuleerd en de
begraafplaats behalve als plek voor de doden in hoge mate ook als natuur wordt
beschouwd.
Natuurlijke dood
Een dood waarbij geen sprake is van geweld of hulp bij het
sterven.
Necrofilie
Ook wel lijkschennis genoemd. Perverse liefde of seksuele
begeerte voor doden of stervenden. Vreemd genoeg is necrofilie niet in het
Nederlandse wetboek van strafrecht opgenomen.
Niet-natuurlijke dood
Een dood die niet het gevolg is van ziekte of ouderdom.
Sterfgevallen die het gevolg zijn van een ongeval (verkeersongevallen,
ongevallen in huis of op het werk), zelfdoding of moord en dodoslag.
NODO-procedure
In het geval van onverklaard overlijden van minderjarigen
zal altijd een uitgebreid nader onderzoek volgen, de zogenaamde nader onderzoek
naar de doodsoorzaak (NODO-procedure).
Terug naar boven
O
Obductie
Lijkopening, sectie. Gebeurd door een patholoog, meestal
om vast te stellen wat de doodsoorzaak was. Verplicht in geval van verdenking
van een misdrijf
Obductie-assistent
Assistent van de patholoog.
Onverklaard overlijden
Als na de schouw door de gemeentelijk lijkschouwer de
doodsoorzaak nog niet met zekerheid is te benoemen, is er sprake van
`onverklaard overlijden`.
Op rij uitgeven van graven
Dat betekent dat er geen vrije keus is in de plek bij het
huren van een eigen graf. Bij een algemeen graf kan er nooit zelf gekozen worden
voor een plaats.
Opbaren
De dode ligt na de laatste verzorging op bed of in de
kist, meestal ten behoeve van bezoek die afscheid willen komen nemen.
Orgaandonatie
Het afstaan van organen voor transplantatie.
Ossarium
Een op het kerkhof geplaatst gebouwtje dat dienst deed als
bewaarplaats voor de beenderen, gevonden bij het delven van nieuwe graven of
opgravingen wegens plaatsgebrek. Os is Latijns voor been.
Terug naar boven
P
Palliatieve zorg
Palliatief betekent `verzachtend`. Men spreekt van een
palliatieve behandeling als genezing niet meer mogelijk is en de behandeling
gericht is op de verlichting van klachten en/of symptomen. Een palliatieve fase
van een ziekte hoeft niet per definitie kort te zijn, maar kan ook jaren duren.
Pas als iemand in de allerlaatste fase van de ziekte is, spreekt men van de
terminale fase en van terminale zorg. Zie ook www.palliatievezorg.nl
Particuliere begraafplaats
Ook wel bijzondere begraafplaats genoemd. Een
begraafplaats die niet door een gemeente wordt beheerd maar door een stichting,
kerkgenootschap of particulier.
Patholoog
Specialist op het gebied van de pathologische anatomie.
Tot de werkzaamheden van de patholoog behoren het verrichten van secties op
overledenen en het doen van onderzoek aan weefsels afgenomen van patiënten. De
verouderde term patholoog-anatoom is hetzelfde, maar wordt door de eigen
beroepsgroep niet meer gebruikt.
Plastinatie
Een techniek waarmee lichamen of delen van lichamen `tot
in eeuwigheid` in goede staat bewaard kunnen blijven, in 1978 bedacht door de
Duitse patholoog Gunther von Hagens. Deze techniek houdt in dat het water van
het weefselvocht in de cellen vervangen wordt door speciale kunststoffen. De
cellen en het natuurlijke oppervlaktereliëf blijven daarbij tot op microscopisch
niveau in hun oorspronkelijke vorm bewaard. Von Hagens trekt al jaren volle
tentoonstellingszalen met zijn artistieke uitgevoerde plastinaten.
Pleurant
Kunsthistorische term. Het Franse pleurer betekent
weeklagen, huilen, tranen storten. Pleurants zijn treurende figuren op of tegen
een graftombe.
Post mortem-fotografie
Foto`s van overledenen. `Post mortem` is Latijns voor `na
de dood`. In de negentiende eeuw was dit een vrij normaal gebruik. Nabestaanden
bewaarden ze vaak als een kostbaar aandenken. In onze tijd worden vooral
doodgeboren baby`s gefotografeerd, het enige portret dat de ouders hebben van
hun kind.
Priant
Kunsthistorische term. De dode, afgebeeld als knielende
gestalte op een grafmonument.
Putto
Kunsthistorische term. Naakt kinderfiguurtje, meestal als
engeltje bedoeld, met een decoratieve of allegorische betekenis. In de
grafsculptuur of funeraire schilderkunst vaak afgebeeld met een omgekeerde
fakkel in de hand, wat verwijst naar het uitgebluste leven.
Terug naar boven
R
R.I.P.
Afkorting van Requiesca(n)t in Pace, hij (zij) ruste(n) in
vrede.
Rechthebbende
Degene op wiens naam een huur- of eigen graf is
uitgegeven. De rechthebbende bepaalt wie er in het graf begraven mag worden.
Repatriëren
Naar het vaderland terugkeren. Hetzij levend, hetzij dood,
om in het geboorteland begraven te worden.
Requiem
Mis voor de overledene. Het Latijnse requis betekent rust.
Restauratie
Herstel in de vroegere toestand. In de uitvaartwereld
wordt deze term gebruikt bij de verzorging van overledenen. Overledenen die
bijvoorbeeld door een verkeersongeluk ernstig zijn verminkt, kunnen door middel
van `restauratietechnieken` weer in een presentabele staat worden gebracht, wat
belangrijk is voor de nabestaanden die afscheid willen nemen.
Rigor mortis
Lijkstijfheid. Stijfheid van de spieren die enige uren na
de dood begint op te treden en na enkele dagen weer verdwijnt.
Rijdende baar
Een rijdende baar is een baar op vier wielen, bekleed met
een stofrand. Ze werden voor het eerst gebruikt op begraafplaatsen waar de
loopafstand te groot was. Een rijdende baar kan bediend worden door vier dragers
Rouwadvertentie
Een rouwadvertentie wordt geplaatst in een landelijk of
regionaal dagblad en is voor een veel bredere kring mensen bedoeld dan een
rouwkaart. Niet alleen diegenen waar de overledene een persoonlijke relatie mee
had worden zo op de hoogte gesteld van het overlijden.
Rouwkaart
Met een rouwkaart worden mensen op de hoogte gebracht van
een overlijden, ze zijn meestal bij ontvangst al aan de envelop herkenbaar door
een zwarte, paarse of grijze rouwrand. Rouwkaarten worden vooral verstuurd aan
mensen met wie de overledene een persoonlijke relatie had. Anderen kunnen op het
overlijden opmerkzaam worden gemaakt door bijvoorbeeld een rouwadvertentie. De
kaarten kunnen standaardteksten bevatten maar ook een zelf geschreven tekst.
Tegenwoordig zijn vele vormen en kleuren mogelijk, ook zelf ontwerpen of tekenen
wordt steeds populairder.
Rouwkoets
Kan zowel de lijkkoets zijn als de volgrijtuigen die de
lijkkoets volgen.
Ruimen
Het leeghalen van graven waarvan de huurtermijn is
verlopen. De overblijfselen worden elders op de begraafplaats in een groot
gezamenlijk graf, knekelput genoemd, opnieuw ter aarde besteld. Algemene graven
mogen na tien jaar geruimd worden zonder dat de houder van de begraafplaatsen de
nabestaanden daarvan in kennis hoeft te stellen. Bij eigen graven is het meestal
mogelijk te verlengen. Ruimen geschiedt op last van de houder van de
begraafplaats, zonder dat hiervoor toestemming nodig is van de gemeente. Er is
uitsluitend toestemming nodig als men de stoffelijke resten alsnog wil cremeren.
Terug naar boven
S
Samenvoegen
In het geval dat een eigen graf "vol" is, maar het toch
gewenst is dat er nog iemand bij wordt begraven, kunnen de resten van de
overledenen die al in dat graf liggen, in één kist worden gelegd, zodat er
ruimte vrijkomt.
Sarcofaag
Stenen doodskist.
Schaduwweduwe
Iemand die weduwe zou zijn geweest als haar relatie niet
geheim zou zijn.
Schijndood
Schijnbaar dood. Iemand verkeert dan in een toestand
waarbij het leven tijdelijk ophoudt duidelijk herkenbare verschijnselen te
vertonen.
Schouderen
Het dragen van de kist met de overledene op de schouders.
Kan zonder baar (kist direct op de schouders) of mét baar.
Schudden
Door een lijk te schudden worden de stoffelijke resten uit
een graf dieper in hetzelfde graf herbegraven. Onder de bodem van het graf, als
het ware. Het is de oudste en vaak eenvoudigste vorm van ruimen.
Sectie
Lijkopening, obductie. Gebeurd door een patholoog, meestal
om vast te stellen wat de doodsoorzaak was. Verplicht in geval van verdenking
van een misdrijf.
Servicestation
Een plaats op de begraafplaats waar water getapt kan
worden, gieters ter algemeen gebruik te vinden zijn en afvalemmers staan.
Sommen-verzekering
Ook wel kapitaalverzekering genoemd. Bij een
sommenuitvaartverzekering wordt geld uitgekeerd die voor de uitvaart gebruikt
kan worden. Een andere mogelijkheid is een naturaverzekering.
Stèle
Een staande grafsteen. Een steen die veelal aan het eind
van het graf omhoog staat.
Stervensbegeleiding
Medische en psychische begeleiding van stervenden.
Stervensbegeleiders kunnen professionals zijn, maar ook vrijwilligers.
Strooiveld
Een veld waar de crematie-as verstrooid wordt. Elk
crematorium en veel begraafplaatsen hebben een strooiveld. Het is meestal niet
mogelijk op de plek van verstrooiing een gedenkteken aan te brengen.
Terug naar boven
T
Ter beschikking stellen van de wetenschap
Iemand die zijn lichaam ter beschikking stelt van de
wetenschap wil dat zijn lichaam na overlijden geschonken wordt aan een
anatomisch instituut, verbonden aan de medische faculteit van een universiteit,
ten dienste van het medisch wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.
Teraardebestelling
Een synoniem voor begraven.
Terminale zorg
Terminale zorg is de zorg aan zieken die in de terminale
fase (de eindfase van hun ziekte) zijn, leidend tot de dood.
Testament
Een officiële akte waarin iemand bepaalt wat er na diens
overlijden moet gebeuren. Een dergelijke akte is bij leven opgemaakt en
officieel opgesteld door een notaris. Iedereen vanaf 16 jaar die over zijn
verstandelijke vermogens beschikt, kan een testament laten opstellen. Diegene
die een testament heeft laten opmaken wordt erflater genoemd.
Testamentair erfrecht
De regels die gelden als iemand een testament heeft
gemaakt.
Thanatopraxie
Een term die wordt gebruikt voor een lichte vorm van
balseming. Het woord thanatopraxie is afgeleid van Thanatos, de Griekse god van
de dood. Bij een thanatopraxie-behandeling worden de aderen gevuld met een
conserveringsoplossing, waar onder andere formaline in zit.
Thuiszorg
Behandeling en verzorging van zieken en stervenden in hun
eigen woonomgeving.
Tijden van begraven
Op gemeentelijke begraafplaatsen kan begraven worden van
maandag tot en met zaterdag. Op zon- en algemeen christelijke feestdagen hoeft
een gemeentelijk begraafplaats geen gelegenheid te geven tot begraven. Voor
bijzondere begraafplaatsen gelden voornoemde regels niet.
Terug naar boven
U
Uitstel van begraven of crematie
Een uitvaart moet plaatsvinden tussen minimaal 36 uur en
maximaal vijf dagen na het overlijden. In specifieke omstandigheden kan zowel de
tijd verkort als verlengd worden. Voor verkorting is toestemming van de officier
van justitie nodig, voor verlenging (bijvoorbeeld omdat familie uit het
buitenland moet overkomen) toestemming van de gemeente. Specifieke
omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat de termijn van 5 dagen zowel verkort als
verlengd moet worden. Dan gaat het bijvoorbeeld om besmettelijke ziektes of
sectie op het stoffelijk overschot i.v.m. een misdrijf. Maar misschien ook om
het bijzondere feit dat een moeder van haar doodgeboren (of kort geleefd) kind
de mogelijkheid heeft om bij de uitvaart aanwezig te zijn.
Uitvaart
De begrafenis, crematie of andere vorm van lijkbezorging.
Uivaartbus
Een tot lijkwagen omgebouwde bus die het mogelijk maakt
voor nabestaanden om tijdens de rit naar begraafplaats of crematorium bij de
overledene te blijven.
Uitvaartindustrie
Synoniem voor uitvaartbranche. Daarmee wordt elk bedrijf
en elke persoon bedoeld die commercieel werkzaam is bij en rond uitvaarten:
mortuaria, uitvaartondernemers, begraafplaatsen, crematoria,
toeleveringsbedrijven zoals kistenfabrieken en urnenmakers et cetera. De term
uitvaartindustrie, afgeleid van het Amerikaanse "death industry", heeft meestal
een negatieve connotatie.
Uitvaartleider
Bij sommige grote uitvaartmaatschappijen wordt onderscheid
gemaakt tussen de uitvaartleider en de uitvaartverzorger. De uitvaartleider is
verantwoordelijk voor de gang van zaken op de dag van de begrafenis of de
crematie.
Uitvaartreportage
Een krans, een kist, koffie en cake zijn bij de gemiddelde
uitvaartdienst tegenwoordig niet meer voldoende.
De laatste tijd is een teraardebestelling pas compleet als er videobeelden te
zien zijn van de overledene, van toen hij of zij nog springlevend was. Het is
een groeiende markt, met verschillende bedrijven die korte herdenkingsfilmpjes,
uitvaartreportages of heuse levensloopfilms maken. Met, indien gewenst, bij het
verlaten van de aula een dvd'tje met daarop een compilatie van het leven van de
overledene. Onder andere Jacqueline de Vries-Schuitenmaker van Life On Tape en
Alex van Keken van Noorderlicht Video hebben zich op deze markt gestort.
Uitvaartreportage
Toeristische uitstapjes om de uitvaart van een beroemdheid
bij te wonen.
Uitvaartverzorger
Wordt meestal als synoniem voor uitvaartondernemer
gebruikt. Bij sommige grote uitvaartmaatschappijen wordt onderscheid gemaakt
tussen de uitvaartverzorger en de uitvaartleider. De uitvaartverzorger
organiseert samen met de familie de begrafenis of de crematie, maar is er op de
dag zelf niet bij. Dan is de uitvaartleider verantwoordelijk voor de gang van
zaken.
Uitvaartwinkel
Een plek waar men zich kan laten informeren over het hele
gebied van de uitvaartverzorging en waar voorbeelden staan van kisten, urnen,
rouwkaarten, gedenkvoorwerpen en andere funeraire voorwerpen, die men eventueel
direct kan aanschaffen. De eerste uitvaartwinkels verschenen in 1994 en kunnen
gezien worden als een uiting van de uitvaartvernieuwing. Uitvaartwinkels zijn
meestal verbonden aan een uitvaartonderneming.
Urn
De pot waarin de as wordt bewaard. Afgeleid van het
Latijnse woord "urere" dat verbranden betekent. De oorsprong van de urn als
bewaarplek voor crematie-as gaat terug tot de Grieken en Romeinen. Tegenwoordig
kan de urn elke (artistieke) vorm aannemen en uit elk materiaal bestaan.
Synoniemen: asbus, asurn, lijkurn.
Urnament
Een natuurstenen zuil(tje) met daar bovenop een symbolisch
kunstwerk. Het zijn kleine monumenten, ontworpen als gedenkmonument op een
urnengraf.
Urnengraf
Een urnengraf is een kleiner graf dan een gewoon graf, en
biedt plaats aan meerdere urnen.
Urnenkelder
Een kelder waar urnen bewaard kunnen worden.
Een urnenmuur bevat grafnissen of urnennissen. Wordt ook wel columbarium
genoemd.
Urnentuin
Een deel van de begraafplaats dat speciaal is ingericht
voor het bijzetten van urnen temidden van het groen. De plaatsing van de urnen
kan bovengronds zijn of ondergronds in urnengraven of urnenkelders.
Terug naar boven
V
Verblijvingsbeding
Een overeenkomst tussen twee partijen waarin ze afspreken
dat als de één overlijdt, de gezamenlijke goederen eigendom worden van de ander.
Vereffenaar
De persoon die door de rechter wordt aangewezen om de
nalatenschap af te wikkelen, als de erfgenamen niet gevonden kunnen worden. Soms
kan ook een erfgenaam vereffenaar zijn.
Verklaring van erfrecht
Verklaring waarin staat wie de erfgenamen zijn, afgegeven
door een notaris.
Verklaring van overlijden
De dood van iemand moet altijd officieel worden
vastgesteld door een bevoegd arts. Deze geeft een Verklaring van overlijden af.
Daarin staat onder meer of de overledene een natuurlijke dood is gestorven. Deze
verklaring is nodig om bij de burgerlijke stand aangifte te doen van overlijden
en om de overledene te kunnen begraven of cremeren.
Verlof tot begraven of verbranden
De schriftelijke toestemming voor het begraven of cremeren
van de overledene, die de Burgerlijke Stand afgeeft bij het doen van de aangifte
van overlijden. Dit verlof moet worden overhandigd aan de begraafplaats of het
crematorium waar de uitvaart plaatsvindt.
Versterferfrecht
Erfrecht dat geldt als iemand geen testament heeft
gemaakt. Hiervoor wordt ook de term wettelijk erfrecht gebruikt.
Verzamelgraf
Een andere naam voor knekelput. Een groot graf of diepe
kuil op een afgelegen plek van de begraafplaats waar beenderen en schedels van
geruimde graven worden herbegraven.
Terug naar boven
W
Wandgraf
Ook wel muurgraf genoemd. In wandgraven worden kisten
bovengronds horizontaal in nissen geschoven. Wandgraven komen veel voor in
zuid-Europa, hier zijn ze slechts op enkele begraafplaatsen te vinden.
Wet op de lijkbezorging
De wet waarin alle ge- en verboden rond het bezorgen van
doden staan opgeschreven. De huidige Wet op de lijkbezorging dateert uit 1991 en
is sindsdien op kleine punten aangepast. klik hier voor de complete wettekst
Wet op de orgaandonatie
Wet uit 1996 waarin de orgaandonatie is vastgelegd. De wet
levert zekerheid en duidelijkheid voor iedereen die bij donatie betrokken is.
Daarnaast garandeert de wet een eerlijke verdeling van organen.
Wettelijke verdeling
De langstlevende echtgenoot krijgt de nalatenschap. De
kinderen krijgen een geldvordering ter grootte van hun erfdeel. Deze
geldvordering is opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot.
Wilsbeschikking
Een regeling die iemand maakt om te bepalen wat er na zijn
overlijden moet gebeuren (ook wel uiterste wilsbeschikking genoemd).
Wilsrecht
Het recht dat een kind heeft om goederen uit een
nalatenschap in eigendom te krijgen als sprake is van stieffamilie.
Terug naar boven
X
X geen vermeldingen
Y geen vermeldingen
Terug naar boven
Z
Zandgraf
Een graf in de grond. Omdat de ondergrond van
begraafplaatsen bij voorkeur uit zand bestaat, omdat dat voor de beste
lijkvertering zorgt, wordt van een zandgraf gesproken.
Zeemansgraf
Op volle zee `begraven worden`, dat wil zeggen: het
lichaam wordt overboord gezet. Een zeemansgraf is geen gewone wijze van
lijkbezorging. In de Nederlandse wateren is het verboden. Het is echter wel
mogelijk vanaf een Nederlands (of ander) schip, dat zich in de internationale
wateren bevindt, een zeemansgraf te krijgen. Ook is het op twee plaatsen in
Engeland mogelijk.
Zelfdoding
Het benemen van het leven aan jezelf. Synoniem voor
zelfmoord.
Zelfmoord
Het benemen van het leven aan jezelf. Tegenwoordig
gebruiken veel mensen liever het wat minder agressief klinkende zelfdoding.
Zerk
Een liggende grafsteen (groot of klein) die meestal het
hele graf bedekt.
Zorgverklaring
In een zorgverklaring kan iemand op wettelijk erkende
wijze aangeven hoe hij juist wel of juist niet medisch en verpleegkundig
verzorgd wil worden. De zorgverklaring is een initiatief van de Stichting Maia.
De zorgverklaring kan bij Maia worden aangevraagd en ook gedeponeerd.